Homepage  Print  Zoeken  Contact
 
Home
Over VNMI
Over metalen
Leden
Publicaties
Contact
Nederlands  Engels
Login voor leden


Members’ Benefits Programma
Employees’ Benefits Programma
 
 
VNMI
Postbus 190
2700 AD  ZOETERMEER
079-3531289
E-mail: vnmi@fme.nl
 

Welkom bij de VNMI

De Vereniging Nederlandse Metallurgische Industrie (VNMI) is de brancheorganisatie van Nederlandse producenten van ruwe metalen, metaallegeringen en halffabrikaten daarvan.

De VNMI vertegenwoordigt tweeëntwintig bedrijven. Deze zijn verspreid over heel Nederland: van de aluminium profielen van apt Kurvers in Roermond tot de bekende schoorstenen van het grote Corus Staal in Velsen.

 

VNO-NCW, EZ en Financiën oneens met conclusies Natuur en Milieu
maandag 5 juli 2010

05-07-2010 - Stichting Natuur en Milieu stelt vandaag in een persbericht dat de industrie in 2012 niet meer tot de wereldtop zal behoren qua energie-efficiëntie, en daarmee afspraken uit het besparingsconvenant niet zal nakomen. Daarom zou de energiebelasting omhoog moeten en de bedrijven meer verplichtingen moeten worden opgelegd. Deze conclusies zijn onjuist en tendentieus, stelt VNO-NCW.  (login om meer te lezen)

05-07-2010 - Stichting Natuur en Milieu stelt vandaag in een persbericht dat de industrie in 2012 niet meer tot de wereldtop zal behoren qua energie-efficiëntie, en daarmee afspraken uit het besparingsconvenant niet zal nakomen. Daarom zou de energiebelasting omhoog moeten en de bedrijven meer verplichtingen moeten worden opgelegd. Deze conclusies zijn onjuist en tendentieus, stelt VNO-NCW.

SNM baseert zich volgens de ondernemingsorganisatie op een prognose in een oud monitoringsrapport over de periode 1999 - 2007 van de Commissie Benchmarking. "Consultant CE-Delft herhaalt dit oude verhaal voor Stichting Natuur en Milieu in een nieuw rapport, zonder met nieuwe cijfers te komen. Volgens de laatste cijfers behoren Nederlandse bedrijven echter wel degelijk tot de wereldtop (top 10 procent) op het gebied van energie-efficiëntie."

Hoe de bedrijven het in 2012 zullen doen is nog niet duidelijk, en zal mede afhangen van het investeringsklimaat voor de energie-intensieve industrie in Nederland, stelt VNO-NCW. Na de introductie van CO2-emissiehandel waarmee de bedrijven al 20 procent CO2-reductie realiseren, is in 2009 een nieuw besparingsconvenant getekend. Daarin hebben zij zich verbonden tot het inventariseren en uitvoeren van besparingsprojecten met een terugverdientijd van 5 jaar. Deze plannen worden door de overheid goedgekeurd en de uitvoering daarvan gecontroleerd. Als de bedrijven zich niet aan de afspraken houden worden ze uit het convenant gezet, en komen ze ook niet meer in aanmerking voor de vrijstelling van de energiebelasting.

Nederland duurte-eiland
De belastingvrijstelling voor de energie intensieve industrie is overigens geen tegenprestatie voor het realiseren van een bepaalde hoeveelheid energiebesparing, aldus VNO-NCW, maar beschermt de internationaal concurrerende energie-intensieve industrie tegen oneerlijke concurrentie. De stelling van SNM dat de energieprijzen in het buitenland hoger zijn, is onjuist, stelt de ondernemingsorganisatie.

"De prijsindex op de groothandelsmarkt in Frankrijk bijvoorbeeld ligt soms hoger dan in Nederland, maar daar betalen bedrijven hun energierekening meestal op basis van langetermijncontracten of gereguleerde tarieven die veel lager dan deze index liggen. De energiebelasting in Duitsland zou hoger liggen, maar daar worden deze kosten voor bedrijven vaak ongedaan gemaakt door complexe vormen van ontheffingen, kortingen of terugsluis. Kortom: Nederland is voor de energie-intensieve industrie nog steeds een duurte-eiland."

Economische Zaken en Financiën
Ook volgens woordvoerders van het Ministerie van Financiën en Economische Zaken wordt wel degelijk gecontroleerd of de bedrijven hun verplichtingen nakomen. De industrie moet flinke investeringen doen en een energie-efficiëntieplan maken, aldus een woordvoerder. "De ministers informeren de Tweede Kamer over de bereikte voortgang van het akkoord." De korting op energiebelasting op elektriciteit kan volgens Financiën en Economische Zaken niet worden gezien als een tegenprestatie van de overheid voor deelname aan convenanten.

Voor meer informatie leest u verder op: http://www.vno-ncw.nl/Publicaties/Nieuws/Pages/Conclusies_Natuur_en_Milieu_onjuist_en_tendentieus_1734.aspx

Bron: VNO-NCW, Financieel Dagblad verberg

Reducties tot 90%: eerste milieuconvenant levert significante resultaten
dinsdag 29 juni 2010

Het eerste milieuconvenant in Nederland is een succes geworden. Afgelopen vrijdag 25 juni maakten het Rijk en de basismetaalindustrie de balans op van de achttienjarige samenwerking. Van de 41 stoffen waarvoor in 1992 integrale milieutaakstellingen werden afgesproken, zijn eind 2008 voor 23 stoffen significante reducties gerealiseerd van 50% tot 90% in vergelijking met het basisjaar 1985. Eind dit jaar komen daar nog 2 stoffen bij.  (login om meer te lezen)

Het eerste milieuconvenant in Nederland is een succes geworden. Afgelopen vrijdag 25 juni maakten het Rijk en de basismetaalindustrie de balans op van de achttienjarige samenwerking. Van de 41 stoffen waarvoor in 1992 integrale milieutaakstellingen werden afgesproken, zijn eind 2008 voor 23 stoffen significante reducties gerealiseerd van 50% tot 90% in vergelijking met het basisjaar 1985. Eind dit jaar komen daar nog 2 stoffen bij.

Voor een deel van de 41 stoffen (de zogeheten integrale milieutaakstellingen, of IMT) lijkt het einddoel voor 2010 niet volledig haalbaar. Het Ministerie van VROM heeft het Rijksinstituut voor Milieuhygiëne (RIVM) opdracht gegeven te onderzoeken of van de overige 16 resterende stoffen nog verdere reducties noodzakelijk zijn. De publicatie van die resultaten geschiedt te zijner tijd door het Ministerie van VROM.

Voorbeeldfunctie
Volgens Marten Wiersma, voorzitter van de overleggroep en vertegenwoordiger namens het interprovinciaal overleg, heeft het milieuconvenant in de afgelopen 18 jaar een voorbeeldfunctie gehad: "De intentie was destijds goed, het Rijk en de basismetaal hebben echt de nek uitgestoken. De meerwaarde van het milieuconvenant is gebleken." Truus Valkering, vice-voorzitter van de overleggroep en vertegenwoordiger namens de basismetaalindustrie, wijst erop dat veel industrieën het voorbeeld hebben gevolgd: "De milieuconvenanten hebben ervoor gezorgd dat industrieën en beleidsmakers tegenwoordig veel beter kunnen samenwerken."

Over het convenant
De zogeheten Intentieverklaring Basismetaalindustrie werd op 10 maart 1992 ondertekend door de Ministeries van VROM, EZ en decentrale overheden, met de basismetaalindustrie vertegenwoordigd door de Stichting Basismetaalindustrie & Milieu (SBM). Hiermee is het convenant met de basismetaalindustrie het allereerste milieuconvenant dat werd afgesloten. De praktische rapportage- en overlegstructuur heeft model gestaan voor de tien andere milieuconvenanten.

Over de SBM
De Stichting Basismetaalindustrie & Milieu (SBM) bestaat uit alle lidbedrijven van de Vereniging Nederlandse Metallurgische Industrie (VNMI), aangevuld met de deelnemers Nedri Spanstaal, J.H. de Wit & Zonen en de vestigingen van Corus Tubes. Nu dat de looptijd van het milieuconvenant is afgerond, worden de milieuactiviteiten van de SBM dit jaar ondergebracht bij de VNMI (www.vnmi.nl). verberg

MVO Nederland helpt bedrijfsleven met internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen
vrijdag 25 juni 2010

De VNMI ontvangt in toenemende mate vragen over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), en beantwoordt deze zo goed mogelijk. Heeft u zelf vragen over MVO, dan kunt u uiteraard bij het secretariaat terecht, maar (speciaal voor MKB-lidbedrijven) ook bij MVO Nederland.  (login om meer te lezen)

De VNMI ontvangt in toenemende mate vragen over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), en beantwoordt deze zo goed mogelijk. Heeft u zelf vragen over MVO, dan kunt u uiteraard bij het secretariaat terecht, maar (speciaal voor MKB-lidbedrijven) ook bij MVO Nederland.

MVO en VNMI
De algemene belangstelling voor maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft de basismetaalindustrie niet overgeslagen. Sterker: de lidbedrijven zijn of worden steeds vaker actief - soms onder invloed van maatschappelijke organisaties, maar vaker nog doordat de leden zelf óf hun afnemers het belang er van in zien.

Heeft u vragen over het verbeteren van milieu- en arbeidsomstandigheden bij uw buitenlandse zakenpartners of toeleveranciers, of wilt u zelf meer maatschappelijk verantwoord ondernemen? MVO Nederland kan u hierbij helpen.

Binnenkort zal de VNMI in het VNMI magazine meer aandacht besteden aan MVO, en de leden gaan raadplegen over dit onderwerp.

Over MVO Nederland
MVO Nederland (www.mvonederland.nl) is een kennis- en netwerkorganisatie die het bedrijfsleven stimuleert om maatschappelijk verantwoord te ondernemen en de kansen van maatschappelijk verantwoord ondernemen te benutten die winst opleveren voor bedrijf, mens, milieu en maatschappij.

MVO Nederland ondersteunt (MKB-)ondernemingen ondermeer bij het duurzaam importeren en exporteren, het toepassen van de OESO Richtlijnen en de ketenverantwoordelijkheid. Voor ondernemers is een stappenplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ontwikkeld. Met dit stappenplan kan iedere ondernemer op eenvoudige wijze verantwoordelijkheid nemen. Belangrijke onderwerpen die invloed kunnen hebben op de duurzaamheid en reputatie van een in Nederland gevestigd bedrijf zijn o.a. kinderarbeid, biodiversiteit, corruptie, of leefbaar loon. Naast het geven van advies, organiseert MVO Nederland bijeenkomsten om bedrijven praktisch te ondersteunen bij het invoeren van duurzaamheid in hun toeleveringsketen.

Meer informatie
Gerdien Dijkstra (g.dijkstra@mvonederland.nl) is projectmanager Internationaal MVO bij MVO Nederland en contactpersoon voor de VNMI. Voor meer informatie kunt u uiteraard ook terecht bij het secretariaat van de VNMI of op de website van MVO Nederland: www.mvonederland.nl. verberg